Flex
Home | eShop | Artikel Archief | Abonnement | Neem contact op | Adverteren | Voorwaarden
BELANGRIJKE BODYBUILDING TERMEN

Belangrijke bodybuilding termen die je moet kennen
 
Aflopende set (ook wel dropset genoemd)
Voor een bepaalde oefening doe je een set met een aflopend gewicht. Je doet bijvoorbeeld halter curls met 40 kg en als je niet verder kunt haal je er aan iedere kant 5 kg af om direct door te gaan tot je weer niet verder kunt. Dit kun je nog vaker herhalen. Op deze manier vergroot je de intensiteit en ga je voorbij het punt van spierfalen.
 
Basisoefening
Een samengestelde oefening waarmee je meerdere gewrichten tegelijk aanspreekt zodat je meer gewicht kunt gebruiken. Meestal met losse gewichten, soms met machines. Voorbeelden zijn de squat, bankdrukken, schouderdrukken, deadlifts.
 
Burns
Korte, gedeeltelijke herhalingen die je aan het eind van een set doet om de spier voorbij het punt van spierfalen te brengen en een enorm brandend gevoel en pomp op te wekken.
 
Circuittraining
Een trainingsmethode die gebruikt wordt om de algemene conditionering te verbeteren. Een set voor een bepaalde spiergroep wordt onmiddellijk gevolgd door een set voor een andere spiergroep totdat verschillende (of alle) spiergroepen aan de beurt zijn geweest.
 
Cyclus
Een bepaalde tijd die je besteed aan een specifieke trainingsstrategie. Een bodybuilder kan bijvoorbeeld een paar weken lang een zware cyclus volgen met veel gewicht en weinig herhalingen, of juist een cyclus om droog te worden. Zie ook "periodisatie.
 
Dode punt
Deel van de oefening die het moeilijkst is om voorbij te komen. Met bankdrukken bijvoorbeeld vaak in de onderste positie bij het omhoog brengen.
 
Dubbele split
Twee keer per dag trainen. Meestal toegepast tijdens de wedstrijdvoorbereiding. Meestal traint men 's morgens een grote spiergroep en 's avonds een kleinere.
 
Gedeeltelijke herhalingen
Herhalingen die niet over een volledige bewegingsbaan worden uitgevoerd. Gedeeltelijke herhalingen worden soms aan het eind van een set gedaan als het niet meer lukt volledige herhalingen te doen. Je kunt meer gewicht gebruiken en een bepaald deel van de beweging versterken.
 
Geforceerde herhalingen
Nadat je op eigen kracht niet verder kunt helpt een partner je er nog enkele herhalingen uit te persen. Ze moeten net genoeg helpen dat je verder kunt. Met sommige oefeningen kun je jezelf met je vrije hand helpen.
 
High-intensity training (HIT)
Een trainingsfilosofie waarbij je vaak tot het punt van spierfalen gaat. Het trainingsvolume ligt laag en ook de frequentie is vaak lager.
 
Hoog-laag training
Sets met veel herhalingen afwisselen met sets met weinig herhalingen.
Intensiteit De moeilijkheidsgraad, bepaald door mate van inspanning, ritme en gewicht. Hoe intensiever een training, hoe vaker je tot het punt van spierfalen gaat.
 
Isolatie-oefeningen
Oefeningen waarmee je slechts één gewricht belast en ook maar één spiergroep. Dumbbell flyes bijvoorbeeld, omdat je er alleen de borst mee traint, of leg extensions voor de quadriceps.
 
Iso-tensie
Een spier hard aanspannen en die spanning enkele seconden vasthouden.
 
Kwaliteitstraining
Geleidelijk de rustintervals tussen sets verkorten. Vaak gedaan om conditionering voor een wedstrijd te verbeteren (definitie, spierdetail).
 
Negatief
Het laten zakken van een gewicht gedurende een herhaling. Met negatieve (excentrische) herhalingen verzet je je zoveel mogelijk tegen de zwaartekracht door het gewicht zo langzaam mogelijk te laten zakken. De spierpijn is vaak groter dan met positief trainen.
 
Omgekeerde greep
Een greep die tegenovergesteld is aan de meest gebruikte greep. Bankdrukken met omgekeerde greep doe je bijvoorbeeld onderhands, evenals triceps pressdowns.
 
Overtraining
Meer werk verrichten dan waarvan je kunt herstellen. Het leidt tot stagnatie, vermoeidheid, blessures en uiteindelijk spierverlies.
 
Periodisering
Een proces van wisselende cycli van gewichttraining. Een bodybuilder kan bijvoorbeeld een periode trainen voor kracht, dan voor massa en dan voor definitie.
 
Piek contractie
Op het toppunt van spierspanning de spier extra hard aanspannen en dit even vasthouden.
 
Piramide systeem
Iedere set meer gewicht gebruiken en minder herhalingen doen. Je doet bijvoorbeeld 10 herhalingen met 80, acht met 60, zes met 40. Je kunt ook een omgekeerd piramidesysteem gebruiken en steeds lichter gaan met meer herhalingen.
 
Plateau
Een trainingsimpasse. Je bereikt een plateau of dood punt doordat je niet zwaarder kunt of niet meer herhalingen kunt doen. Het kan ook op je gehele training slaan, als je geen zichtbare vooruitgang meer boekt. Je zult aanpassingen moeten doorvoeren of eventueel een rustpauze moeten inlassen.
 
Positief
Het omhoog tillen van een gewicht tijdens een herhaling.
Prioriseren Meer nadruk leggen op een specifieke spiergroep of oefening. Iemand met achterblijvende kuiten kan hier een prioriteit van maken door de training ermee te beginnen of die spiergroep vaker te gaan trainen.
 
Reuzen sets
Sets van vier of meer verschillende oefeningen achter elkaar uitvoeren.
 
Rust-pauze training
Na een set (wel of niet tot het uiterste uitgevoerd) kort rusten en meteen weer doorgaan om zo meer herhalingen te doen.
Samengestelde oefening
Een oefening waarmee je minstens twee spiergroepen aanspreekt. Met bankdrukken belast je bijvoorbeeld naast de borstspieren ook de voorste schouderkoppen en de triceps.
 
Smokkelen
De oefening wat minder strikt uitvoeren om zo wat extra herhalingen te kunnen doen. Deze techniek mag je slechts beperkt gebruiken en mag nooit ten koste van de veiligheid gaan.
 
Spierfalen
Het punt waarop je op normale wijze niet meer in staat bent een volledige herhaling te doen. Je kunt voorbij dit punt komen met intensiteitsverhogende technieken zoals geforceerde herhalingen of negatieven.
 
Spierverwarring
Door steeds de trainingsvariabelen te veranderen kun je voorkomen dat de spieren aan een bepaald patroon gewend raken.
 
Statische contractie
Je spant de spieren aan zonder te bewegen, om weerstand te bieden tegen een gewicht. Als je bijvoorbeeld je laatste herhaling halter curls hebt gedaan, kun je de halter in de gespannen positie stilhouden tot je niet meer kunt.
 
Supersets
Sets van twee verschillende oefeningen achter elkaar uitvoeren zonder rust. Vaak van tegenovergestelde spiergroepen, zoals biceps en triceps.
 
Trainingset
Een echte set, dit in tegenstelling tot een opwarmset of de eerste lichte sets van een piramide. Sommige bodybuilders tellen alleen de laatste één of twee sets (waarbij ze maximaal gewicht gebruiken) als trainingsets, omdat de voorgaande sets niet met maximale intensiteit werden uitgevoerd.
 
Trisets
Sets van drie verschillende oefeningen achter elkaar uivoeren. Vaak drie oefeningen voor dezelfde spiergroep.
 
Tussendoor sets
Sets voor een bepaalde spiergroep die je tussen de oefeningen van een andere spiergroep doet. Meestal gaat het dan om de buik- of kuitspieren. Het is een manier om deze spiergroepen op te halen of om tijd te winnen.
 
Volume
Aantal sets maal aantal herhalingen.
 
Voorvermoeien
Een isolatie-oefening voor een bepaalde spiergroep uitvoeren voordat je voor die spiergroep een samengestelde oefeningen gaat doen. Met deze techniek vermoei je de hoofdspier met een isolatie-oefening zodat je met de basisoefening niet bang hoeft te zijn dat hulpspieren eerder vermoeid zijn dan de hoofdspier. Door bijvoorbeeld flyes te doen voor het bankdrukken, zullen je triceps en schouders geen beperkeden factor meer zijn omdat je borst eerder vermoeid zal zijn.
 
Zwaar trainen
Meestal doelt men dan op het gewicht. Het aantal herhalingen zal lager liggen dan bij lichte training. Uiteraard is het een relatief begrip.
 





DE STEM VAN KAMPIOENEN



 Created with Site Editor Website Builder